Veelgestelde vragen

Wat is een piano?

Het mechaniek van een piano is complex. Als je op de toets drukt wip je een klein hamertje omhoog, die dan tegen de snaar slaat. Om te voorkomen, dat de snaar door blijft klinken valt vervolgens een dempertje op de snaar. Het klankbord, ook wel de ziel van de piano genoemd, versterkt het geluid. 
 
Dit mechaniek is de loop van ruim drie eeuwen steeds verder verfijnd. Een gewone piano heeft al ruim 12.000 onderdelen, waarvan er zo’n 10.000 bewegend zijn. 

Wat is het verschil tussen een vleugel en een tafelpiano?

Bij een vleugel lopen de snaren in het verlengde van de toetsen, net als bij grote klavecimbels. 
 
Bij een tafelpiano lopen de snaren overdwars. Dus net als bij een spinet en een klavichord. 
Tafelpiano’s zijn veel kleiner, handzamer, makkelijker te verplaatsen, goedkoper te maken. In de tweede helft van de 18e eeuw werden tafelpiano’s een rage, eerst in Engeland en toen door heel Europa. Omdat tafelpiano’s kleiner zijn, dan vleugels, maken een bescheiden geluid. 

Wat is een klavecimbel?

Als je aan een gespannen snaar trekt en je laat die los, dan ontstaat een klank, een geluidsgolf. De klank wordt versterkt door een klankkast. 
 
Zo werkt een eenvoudige harp: je brengt met je vingers de strakgetrokken snaren in beweging. 
 
Dat doe je ook met een klavecimbel: een pen wordt langs de snaar getrokken, net als bij een harp. Door het mechaniek trekt de pen altijd op de juiste plek langs de snaar. En door de toetsen te gebruiken, kan je heel snel spelen.

Wat is een spinet?

Bij grote klavecimbels lopen de snaren van de speler af. De snaren liggen dus in het verlengde van de toetsen. Bij kleinere, zoals een virginaal of een spinet, liggen de snaren meer overdwars. 
 
Bij een tafelpiano liggen de snaren ook overdwars. Daarom wordt een tafelpiano vaak ook ‘spinet’ genoemd. Maar dat is dus niet helemaal correct. Met een spinet wordt namelijk een klavecimbel bedoeld en een tafelpiano is een piano. 

Wat is een klavichord?

Bij een klavichord wordt met een metalen pal tegen de snaar geslagen. In tegenstelling tot de klavecimbel, waarbij een pen als een vinger langs de snaar trekt, zoals ook bij een harp. Voordeel is, dat je dus harder of zachter tegen de snaar kan slaan. Nadeel is, dat – zeker als je harder slaat – de snaren snel ontstemt raken. 
 
Net als bij een virginaal en een spinet zijn de snaren overdwars. Het klavichord is de voorloper van de tafelpiano.

Waarin verschilt de klank van een vroege fortepiano met een latere piano?

Vroege fortepiano’s klinken nog heel veel als klavecimbels, dus eigenlijk een beetje als een harp. Maar de smaak veranderde: in Beethovens tijd ontwikkelde het geluid van de piano zich stapsgewijs naar een vollere klank, zoals wij die nu van de piano kennen. Luister maar eens naar het verschil tussen de Heilmann fortepiano uit ongeveer 1785 en de fortepiano, die twee decennia later door André Stein gebouwd werd. En als je het geluid van die Stein fortpiano uit begin 1800 vergelijkt met die van de fortepiano, die Graf een generatie later bouwt, dan hoor je echt het verschil. En luister dan eens naar een moderne piano, weer een heel andere klank. 

Waarin verschilt een fortepiano met een moderne piano?

Het verschil is makkelijk te zien: een fortepiano is recht besnaard: alle snaren lopen recht naast elkaar. Je noemt een piano ‘modern’ als de snaren elkaar overkruisen. Als snaren elkaar overkruisen, gaan deze een beetje met elkaar meezingen. Daardoor wordt het geluid een beetje wolliger: je hoort niet echt meer elke snaar apart klinken, dus je hoort niet elke toon separaat. 
 
Luister maar eens naar een klavecimbel of een vroege fortepiano: iedere snaar is een separate toon. Omdat componisten als Mozart bij het schrijven van hun pianomuziek uitgingen van het soort vroege fortepiano’s waarbij iedere toets een separate toon vormt – immers zij wisten niet beter –, zijn hun werken daarop gebaseerd. In de 19eeeuw zoeken romantische componisten meer naar klankwolken en daarvoor is de moderne piano heel geschikt. De moderne, dus overkruisende, piano komt rond 1860 in zwang, maar sommige pianobouwers, zoals Erard, blijven nog tot het eind van de 19e eeuw fortepiano’s bouwen.

Waarin verschilt een vroege piano nog meer van een latere piano?

Vroege piano’s hebben minder snaren, dan de huidige piano. dat zie je direct: vroeg piano’s hebben aanzienlijk minder toetsen. In Beethovens’ tijd werden pianobouwers aangemoedigd om steeds grotere piano’s te ontwikkelen. Beethoven heeft daar zelf sterk aan bijgedragen: gedurende zijn leven groeide de klavieromvang significant. 
 
Beethoven plaatste de piano centraal in het orkest. Ook werden de zalen waarin gespeeld werd groter. Dat betekende dat van de pianobouwer gevraagd werd vleugel s met meer geluidsvolume te bouwen. Om meer geluidsvolume te kunnen produceren werden de piano’s steeds groter: meer toetsen, meer snaren per toets, grotere klankkast. Hoe meer snaren, hoe groter de kracht, die op de klankkast komst te staan, dus hoe zwaarder die moest worden uitgevoerd. 

Waarin verschilt muziek van bij voorbeeld Mozart met de Romantiek?

In Mozart’s tijd waren de nootjes nog separaat, terwijl de romantiek zich kenmerkt door klankwolken. Kijk maar eens hoe de handen zich bij Chopin over de toetsen bewegen.
Mozart zo [handen rechtvooruit bewegen] tegenover Chopin zo [wrijvende bewegingen maken]
Ook de klankkleur van de piano ontwikkelt zich van het geluid, dat lijkt op een klavecimbel, naar een steeds vollere klank en uiteindelijk naar het meer wollige geluid van de moderne piano. Opmerkelijk genoeg is de klankkleur van de piano van het eind van de 19e eeuw nog steeds min of meer de norm, ook voor pianomuziek van één of anderhalve eeuw eerder. Dat is eigenlijk heel vreemd, want op basis van onderzoek naar vroege piano’s weten we nu veel meer over de specifieke klankkleur, die toenmalige componisten, zoals Mozart en Beethoven die gekend hebben. Ook de techniek om een vroege piano te bespelen is heel anders, dan bij een moderne piano. Kortom, wil je echt een beeld hebben van de wisselwerking tussen de componist en zijn piano, dan moet je kunnen spelen op een vergelijkbaar instrument als waarover hij toen de beschikking had. Dat is precies wat we in dit festival doen.
 
Omdat vroege piano’s een heel eigen klankkleur hebben, vormen zij ook een bron van inspiratie voor eigentijdse componisten. In ons festival hoort u dan ook nieuw werk geschreven voor vroege piano’s. 

Waarin verschillen vroege piano’s nog meer van moderne piano’s, behalve de klankkleur?

In de 18e en 19e eeuw werd heel veel geëxperimenteerd. Pianobouwers moesten wel steeds met nieuwe modellen komen om hun concurrenten de loef af te steken. Steeds kwamen er nieuwe features, zoals een hamervanger (hammer check), zodat bij snel spelen, de hammer niet terug bontste, maar ook werd er geëxperimenteerd met allerlei pedalen. Bij voorbeeld de fagot (bassoon) en de janitsaren bel en trom. 
 
Maar vooral het mechaniek ontwikkelde zich. Daardoor klinkt een fortepiano uit Wenen en omstreken – Weens mechaniek – heel anders – een beetje klassieker – dan een Broadwood uit Engeland – English action – die al gauw meer lijkt op het geluid van een moderne piano. Erard ontwikkelde mechaniek, waardoor de musicus in staat werd gesteld veel sneller te spelen, een voorsprong die decennialang dit Franse pianogeluid onderscheidde van zijn Engelse concurrenten. De huidige piano’s en concertvleugels zijn vrijwel gestandaardiseerd, maar juist de grote diversiteit en de variëteit van features, die zo kenmerkend zijn voor vroege piano’s, maken pianomuziek gespeeld op deze instrumenten zo verrassend. 
 
De ‘Mozart’-vleugel bestaat niet, net zomin als ‘de Weense vleugel’ of ‘de Engelse tafelpiano’: wie uitsluitend speelt kopieën van een Walther of een Stein, verliest de variëteit, die de late 18e en begin 19e eeuw te bieden heeft volledig uit het oog. De collectie van Museum Geelvinck biedt gelukkig de mogelijkheid om verschillende instrumenten naast elkaar te bespelen. 

Waarom worden er nu geen tafelpiano’s meer gebouwd?

Tafelpiano’s waren indertijd gemakkelijk in gebruik, compact in omvang en goedkoper dan vleugels. Er zijn indertijd veel meer tafelpiano’s gebouwd dan vleugel, wel het tienvoudige. Totdat in de tweede helft van de 19e eeuw de rechtopstaande piano in zwang kwam. De eerste rechtopstaande piano werd al eind 18e eeuw gebouwd. Museum Geelvinck heeft een vand e vroegste in zijn collectie. Maar midden 19e eeuw werd het mechaniek van de rechtopstaande piano zodanig vereenvoudigd, dat deze al gauw een derde goedkoper te produceren was, dan een tafelpiano. Al heel snel gingen pianoproducenten over op de massaproductie van de goedkopere en makkelijker te onderhouden rechtopstaande piano. 

Heeft u het antwoord dat u zocht niet gevonden? Stuur ons een e-mail en we zullen zien wat we kunnen doen!