Museum Staal in Almen opent ‘Kijken naar Muziek’, 4 maart 2026 – 28 maart 2027 Gepubliceerd op: 7 april 2026 foto: portret van de dichter A.C.W. Staring en daaronder een Erard tafelpiano 1787 – 1788 (coll. Geelvinck) Op Goede Vrijdag 3 april vond de opening plaats van de nieuwe tenTOONstelling ‘Kijken naar Muziek’ in Museum STAAL in Almen. In de naam STAAL klinkt de herinnering door aan de dichter A.C.W. Staring (1767-1840), die het grootste deel van zijn leven doorbracht op het nabijgelegen kasteel de Wildenborgh en in zijn tijd bekend was als Romantisch dichter en liedschrijver. Staring schreef de teksten en liet componisten er melodieën voor componeren. Dat hij een muziekliefhebber was blijkt wel uit het feit dat hij drie tafelpiano’s in bezit moet hebben gehad, waarvan er een, gebouwd door Muzio Clementi uit ca 1810, nu nog in Museum STAAL staat opgesteld. Muzio Clementi naamplaatje op de tafelpiano ca 1810 in de collectie van Museum STAAL Deze sterke relatie met muziek was voor Museum STAAL aanleiding om met een tenTOONstelling dieper op dit thema in te gaan. Hiervoor is samenwerking gezocht met Museum Geelvinck, dat een grote collectie historische toetsinstrumenten beheert. Voorts is plaatsgenoot Matthijs van Nieuwkerk gevraagd een schilderijencollectie samen te stellen en daar bijpassende muziek voor uit te zoeken. Tenslotte is de muziek en de taal uit de regio vertegenwoordigd in de persoon van Bennie Joling, gitarist van de band Normaal, die voor het grootste deel in het Nedersaksisch zong. Naamplaatje van de Muzio Clementi tafelpiano 1808, Geelvinck coll. MUSEUM GEELVINCK & MUSEUM STAALVoor de tenTOONstelling ‘Kijken naar Muziek’, heeft Museum Geelvinck drie tafelpiano’s in bruikleen gegeven, die een beeld geven van de ontwikkeling van de tafelpiano als klavierinstrument aan het einde van de 18de en begin 19de eeuw, en waarvan Staring hoogstwaarschijnlijk wel een exemplaar thuis had staan. Allereerst staat er een tafelpiano die de bouwer, Sebastian Erard, aan de Franse koningin Marie Antoinette moet hebben geschonken in het jaar 1792, vlak voor haar terechtstelling in 1793. Staring heeft waarschijnlijk een vergelijkbaar vroeg exemplaar in zijn bezit gehad. In dezelfde ruimte staat een tafelpiano, gebouwd in Tilburg door P. De Ruijter in 1835 / 1840 die behoort moet hebben aan prinses Sophie, dochter van Koning Willem II. De derde is een Muzio Clementi uit ca 1808, onlangs gerestaureerd en bespeelbaar gemaakt door restorator van historische piano’s Gijs Wilderom. Boven: Clementi 1808 tafelpiano (Geelvinck coll.) en onder het portret van Staring: Erard tafelpiano 1787 / 1788 (Geelvinck coll.)Onder: vooraan: Clementi 1808 en aan de achterwand: De Ruijter 1835 / 1840 ALMEN & DE ACHTERHOEKHet Achterhoekse dorp Almen kent een rijke muzikale traditie: van de klokken in de toren van het Almensch kerkje tot het harmonieorkest, de koren en tal van andere muzikale initiatieven. ‘De tenTOONstelling’ biedt een verrassende kijk op muziek in verschillende kunstvormen. Beleef het bijzondere kunstwerk ‘Roerloos’ van Sara Vrugt (we kennen haar van het monumentale kunstwerk ‘Bos van Draad’). Een dode kastanjeboom, heel veel bellen en een steeds veranderend klanklandschap nodigen uit tot verstilling en reflectie.De muzikale talenten van Almen worden geportretteerd door middel van korte verhalen en objecten. Ze brengen de muzikale gemeenschap van het dorp nog meer tot leven. Tijdens de openingsceremonie in de Dorpskerk van Almen: Bennie Jolink, Matthijs van Nieuwkerk en Vera Bon, Stadstroubadour van Deventer DE KEUZE VAN MATTHIJSSpeciaal voor De tenTOONstelling heeft Matthijs van Nieuwkerk een selectie gemaakt uit de collectie van Simonis & Buunk. Bij elk kunstwerk koos hij passende muziek en licht hij zijn keuze toe. Luisterend naar deze muziek geniet u nog meer van de keuze van Matthijs. In het museum treft u ook werk aan van Frouke Tigchelaar. Zij maakt mooie objecten uit oude muziekinstrumenten. KLOKKEN EN TAFELPIANO’SOntdek het verhaal van de Hemony-klokken die in het Almens kerkje hangen. De 17e-eeuwse broers François en Pieter Hemony gelden als de belangrijkste klokkengieters van Nederland.Dichter A.C.W. Staring had vier tafelpiano’s op zijn landgoed De Wildenborch. Soortgelijke exemplaren, in bruikleen van het Geelvinck-museum, zijn nu te zien in de Muzieksalon van Museum STAAL. NEDERSAKSISCHE MUZIEKOok muziek uit het Nedersaksisch taalgebied krijgt een prominente plek. We zijn trots op onze streektaal. Het Achterhoeks is onderdeel van het Nedersaksisch taalgebied.Kom kijken naar vier muzikale vertolkers van Groningen tot Achterhoek: Ede Staal, Hendrik Jan Bökkers, Jan Ottink en Normaal. NB: Eerder die derde april kreeg Bennie Jolink het verheugende bericht dat de muziek van Normaal tot Nederlands Muzikaal Erfgoed is uitgeroepen! Links: Bennie Jolink / Normaal, rechts: Jurn Buisman / Museum Geelvinck Muziek bij de dichter thuisMuziek en maatschappij in de tijd van Staring – dichter in een wereld die kanteldetoelichting bij het buikleen van Museum Geelvinck In deze tentoonstelling, maakt u kennis met klavierinstrumenten die bepalend waren voor het huiselijke muziekleven in de tijd van Anthony Christiaan Winand Staring (1767-1840) – dichter, landheer en chroniqueur van een revolutionair tijdsgewricht waarin de basis werd gelegd voor onze huidige samenleving. Staring werd geboren in het oude Europa, het ancien régime, en maakte een periode van structurele maatschappelijke verandering mee. Dat ging met ongekend veel geweld gepaard: revolutie, hervormingen, bezetting, oorlog, armoede en economische teruggang. Van een aristocratische wereldorde naar een burgerlijke rechtstaat – en als reactie daarop weer terug naar een veeleer autocratische, conservatieve samenleving.Die roerige periode had zijn weerklank in de muziek. En op haar beurt had dat zijn wisselwerking op de ontwikkeling van muziekinstrumenten, zoals met name de piano. De tafelpiano verovert de huiskamerTot ver in de 18e eeuw was klaviermuziek voorbehouden aan kerk en aristocratie. Het klavecimbel hoorde bij koninklijke paleizen en adellijke hoven. Ongeveer rond Starings geboorte verschijnt er een nieuw klavierinstrument: de tafelpiano. Enige decennia eerder deed de (forte)piano al zijn intrede. Een piano onderscheidt zich van een klavecimbel door haar mechaniek: een hamertje wordt tegen een snaar opgeslagen en vervolgens wordt door een dempertje, dat weer op de snaar zakt, de doorklank ervan gestopt. Dit mechaniek maakt het mogelijk om harder en zachter te spelen: Italiaans “forte”, respectievelijk “piano”. Vandaar de naam “fortepiano”. Net als klavecimbels, zijn vleugels kostbare instrumenten. Van het klavecimbel bestaan ook eenvoudiger typen, zoals het virginaal, het spinet en het klavichord: bij deze instrumenten lopen de snaren overdwars. De tafelpiano staat in dezelfde traditie. Bij een vleugel lopen de snaren van de speler af, terwijl bij een tafelpiano de snaren overdwars liggen in een rechthoekige klankkast. Vandaar de naam: in het Engels ‘square piano’, Frans ‘piano carré’ en het Duits ‘Tafelpiano’ (niet: “Tischpiano”). De oude term “tafel” slaat op die rechthoekige vorm van de klankkast. De komst van de tafelpiano bracht een sociale revolutie teweeg. Het instrument is voor de opkomende burgerij betaalbaar, zijn afmetingen zijn zo gering dat het makkelijk in de reguliere huiskamer past en het instrument is makkelijk verplaatsbaar. De tafelpiano bracht daarmee pianomuziek binnen handbereik van de burgerij. Het veroorzaakte vanaf de jaren ’60 van de 18e eeuw een ware rage, die zich vanuit Londen over de hele de Westerse wereld verspreidde. In de eerste helft van de 19e eeuw had elke stad wel één of meerdere bouwers van tafelpiano’s. Tegen 1840, wanneer Staring overlijdt, industrialiseert de productie zich: er worden jaarlijks tienduizenden tafelpiano’s gebouwd. Vrijwel elke gegoede familie heeft dan tenminste één tafelpiano in huis. Muziekles behoort bij de burgerlijke opvoeding en leren pianospelen maakt daar onderdeel van uit. De tafelpiano wordt de spil van het huiselijk leven, zoals later de radio en daarna de televisie. Naar verluid stonden er wel vier tafelpiano’s bij het gezin Staring op De Wildenborch bij Vorden. Rond 1860, een eeuw na zijn opkomst, wordt de tafelpiano uit de markt gedrukt door de ontwikkeling van de rechtopstaande piano. De industriële productie van dat instrument is aanzienlijk goedkoper en het neemt in huis nog minder ruimte in beslag. In de eerste helft van de 20e eeuw wordt de rechtopstaande piano onderdeel van de huiselijke inrichting bij vrijwel alle lagen van de bevolking. Tot op de dag van vandaag is de piano het meest bespeelde instrument wereldwijd. De tafelpiano en emancipatie Stond het bespelen van het klavecimbel tijdens de nadagen van het ancien regime symbool voor de conservatieve aristocratie, de tafelpiano werd de rigueur voor de burgerij die haar plaats in het maatschappelijk leven opeiste. Deze emancipatie gold niet alleen de man, maar ook de vrouw: op de piano konden zij zich met elkaar meten. Voor vrouwen uit de gegoede stand was muziek één van de weinige manieren om zich te ontwikkelen en te laten horen. Binnen de preutse fatsoensnormen van de 19e eeuw, vormde het populaire ‘quatre mains’ een geaccepteerde manier om elkaars emoties af te tasten: twee spelers naast elkaar, samen aan het klavier. Handen kruisen elkaar, blikken ontmoeten elkaar, muziek wordt gedeeld. Ontwikkeling van het mechaniek In de loop van twee eeuwen worden talloze technische vondsten gedaan om de pianist virtuoos te laten excelleren. Continu is er een wisselwerking tussen de musici en de pianobouwers. Wie de Érard tafelpiano, die gebouwd is in Starings jeugd (1788), vergelijkt met de De Ruijter-tafelpiano, die gebouwd is tegen het einde van Starings leven (1835/40), ziet direct het verschil: de tafelpiano is aanzienlijk in omvang toegenomen. Het klavier heeft meer toetsen en het oorspronkelijk volledig houten instrument heeft aanzienlijke metalen versteviging gekregen. Dat was noodzakelijk, want door het toegenomen aantal snaren, was het krachtenspel op het frame enorm toegenomen. Het mechaniek zelf is veel meer complex geworden: zo kan de pianist daardoor sneller spelen. Ook de klankleur is veranderd van een helder, wat tokkelend geluid, dat nog veel lijkt op een klavecimbel, naar het warmere en meer romantische geluid dat wij vandaag de dag met de piano associëren. Niet alleen het klankbeeld, maar ook de wijze waarop de piano bespeeld wordt, is veranderd: zo moet de pianist veel meer kracht op de toetsen zetten. Muziek en instrument hebben elkaar steeds beïnvloedt. De tafelpiano gaat met de mode mee: van revolutie naar romantiek. Drie tafelpiano’s, drie wereldenDe drie tafelpiano’s in deze tentoonstelling vormen samen een kleine tijdreis. Versailles: de piano van een koninginDe oudste tafelpiano is rond 1788 gebouwd door Sébastien Érard voor het Franse hof van Koningin Marie-Antoinette. Zij was als Oostenrijkse prinses opgegroeid in de Weense muziekcultuur waar de fortepiano inmiddels zijn ingang had gevonden. In Frankrijk speelde de aristocratie nog vooral klavecimbel. Met haar persoonlijke voorkeur zette Marie-Antoinette in Parijs een mode in gang. En Sébastian Érard profiteerde daarvan. Hij was een jonge, ambitieuze pianobouwer die dankzij haar koninklijke steun zijn instrumenten aan het hof kon leveren. Érard introduceerde technische vernieuwingen – waaronder verbeterde mechanieken en pedalen – en groeide uit tot een van de belangrijkste pianobouwers van Europa. Van de ongeveer zeventien tafelpiano’s die Érard aan het hof in Versailles leverde, zijn er slechts twee die de vernielingen van de Franse Revolutie overleefd hebben. Eén daarvan staat in deze tentoonstelling. Generaties lang bleef het instrument in een Franse adellijke familie bewaard, waar het eenvoudig bekend stond als: “de piano van Marie-Antoinette”. In de jaren zestig van de 20e eeuw werd deze tafelpiano opnieuw in het Paleis van Versailles geëxposeerd. Sinds 2017 maakt het instrument deel uit van de Kolthoorn Collectie beheerd door Museum Geelvinck. Londen: de piano van de burgerDe tafelpiano’s, die Muzio Clementi bouwde, staan in de overgang tussen de instrumenten met een typerend klassiek klankbeeld uit de 18e eeuw en de meer robuuste en romantisch klinkende instrumenten, die vanaf de tweede kwart van de 19e eeuw bon ton worden. Geboren in 1752 in Rome, kreeg Clementi zijn piano-opleiding in Londen. Hij was een veelzijdige figuur: pianist, dirigent, componist, pianoleraar, uitgever én ondernemer. Als pianist toerde hij door heel Europa. In 1780 gaf hij een recital voor Koningin Marie Antoinette en een jaar later voor haar broer, Keizer Joseph II, in Wenen die hem verleidde tot een improvisatie-duel op piano met zijn generatiegenoot Mozart. In 1783 vestigt Clementi zich weer in Londen. Onder zijn studenten bevinden zich later beroemd geworden componisten, zoals Moscheles, Hummel en Field. Als gevierd componist beïnvloede hij Beethoven en, via Field, ook Chopin. In 1798 kocht hij een failliete muziekuitgeverij in het hart van Londen en begon daar met publicatie van bladmuziek: eigen werk en ook dat van onder andere zijn vriend Beethoven. Eveneens had dit bedrijf al een goede naam verkregen als bouwer van tafelpiano’s en Clementi zette deze productie in 1801 voort onder zijn eigen naam. Met succes ontwikkelde hij diverse patenten voor het pianomechaniek en bouwde hij een internationaal verkoopnetwerk op, met agentschappen in Rusland en Spanje. Dit bracht hem economisch geen windeieren. Daardoor kan hij zich vanaf 1810 – naast zijn ondernemerschap als pianobouwer en uitgever van bladmuziek – toeleggen op het schrijven van nieuwe composities. Toen en vandaag wordt Clementi gezien als één van de grote componisten binnen de klassieke muziekwereld. De firma Clementi werd na zijn dood voortgezet als ‘Collard & Collard’ en ontwikkelde zich in de 19e eeuw tot één van de belangrijkste Engelse pianoproducenten. De tafelpiano uit de familie van Staring, dat Museum STAAL in bezit heeft, stamt van na de val van Napoleon. Door de sancties, waarmee Napoleon trachtte Engeland te bedwingen – het Continentale Stelsel – was tussen 1806 en1814 elke import uit het Verenigd Koninkrijk geblokkeerd. De bespeelbare tafelpiano, die voor deze tentoonstelling van Museum Geelvinck in bruikleen is verkregen, werd omstreeks 1808 in Londen door de firma Clementi & Co. gebouwd. Wanneer je het bespeelt, brengt de klankkleur van deze tafelpiano je dicht bij de muziek die indertijd op De Wildeborch geklonken heeft en het gezin Staring dagelijks moet hebben vermaakt en ontroerd. Breda en Weimar: de piano van een prinsesDe derde tafelpiano in deze tentoonstelling voert ons naar de jaren 1835-1840.Het is een rijk uitgevoerd instrument, gebouwd door Petrus Cornelius Norbertus de Ruijter in Breda, en wordt in verband gebracht met Prinses Sophie van Oranje-Nassau (1824–1897). Zij was de dochter van Koning Willem II en Anna Paulowna, de jongste zus van Tsaar Alexander I, de Russische keizer die een beslissende rol speelde in de val van Napoleon. Sophie groeide op in een wereld waarin politiek en dynastieke macht Europa vormgaven. Zij was – voor zover bekend – de enige van de Oranje-Nassaus die daadwerkelijk muzikaal begaafd was en piano speelde. Volgens overlevering heeft zij in haar jeugd op deze tafelpiano les gehad en geoefend. Het instrument zelf is uitzonderlijk luxe uitgevoerd, met een opvallend ornament op de deksel. Opmerkelijk is dat een pianino van de firma De Ruijter met een identiek ornament zich bevindt in de collectie van het Musik Museum Kloster Michaelstein in Blankenburg (Harz, Saksen-Anhalt); het is mogelijk afkomstig uit het groothertogelijk hof in Weimar, waar Sophie na haar huwelijk met haar neef, de groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach, ging wonen. Zij maakte van Weimar een cultureel centrum voor muziek en literatuur. Die pianino werd aan dat museum geschonken door de kleinzoon van de ‘Generalstabarzt’ van Keizer Wilhelm II. Prinses Sophie was de schoonzus van Keizerin Augusta, Wilhelms grootmoeder. Levend muzikaal erfgoedDeze drie bijzondere tafelpiano’s in de tentoonstelling zijn in bruikleen gegeven door Museum Geelvinck. Dit historisch-huismuseum beheert onder andere meer dan 450 klavierinstrumenten. Museum Geelvinck zet zich actief in voor het behoud van dit levend muzikaal erfgoed: de instrumenten moeten bespeeld en beleefd kunnen worden. Het museum stimuleert daarom fortepianostudenten en professionele musici. Bovendien zet het museum zich in voor het behoud van de gespecialiseerde kennis en ambachtelijke ervaring op dit terrein van restauratoren en pianotechnici. Die dreigt namelijk door vergrijzing verloren te gaan, terwijl het onmisbaar is om historische klavierinstrumenten bespeelbaar te houden. Eveneens geeft Museum Geelvinck vleugels en tafelpiano’s in bruikleen aan buitenplaatsen en kastelen, waar deze ooit de spil van het muzikale leven vormden en opnieuw tot klinken kunnen worden gebracht. Museum Geelvinck is gevestigd op de bescheiden buitenplaats Huize Kolthoorn aan de rand van Heerde op de Noord-Veluwe: de ateliervilla van het kunstenaarsechtpaar Kleintjes-van Osselen met een weelderige parktuin. Bezoekers stappen daar als het ware een eeuw terug in de tijd. Ook vinden er regelmatig recitals op historische forte- en tafelpiano’s plaats. Kijk op www.geelvinck.nl en www.kolthoorn.nlOp Starings 160e geboortedag, 24 januari 2027, zal op de Clementi-tafelpiano uit 1808 een recital plaatsvinden. Dan kunt u opnieuw beluisteren pianomuziek zoals deze ooit op tafelpiano gespeeld werd bij Staring thuis op De Wildenborch.